Mik uit den Bogaard

Preview

Ik minder vaart en zie dat de ezelskar scheef staat. Een lekke band. De ogen van de jongens stralen verheugd bij het idee van een mogelijke oplossing. Ze hebben een reserveband, maar geen doppensleutel. Ik pak de mijne uit de kofferbak, maar hij blijkt niet te passen. Alles wat ik nog kan doen, is ze een lift aanbieden. Eerst wordt er gretig water gedronken uit mijn emaillen kroes. Er volgt een spoedberaad in de Damara taal. De grootste jongen duwt zijn broertjes vooruit, hij besluit zelf bij de kar te blijven. De andere twee, van een jaar of acht, klimmen giechelend op de achterbank. Ondanks de rijwind door de open ramen vullen ze de auto met een geur van sardientjes. Ik spiek in de achteruitkijkspiegel. Ze zitten muisstil, fier rechtop, de armen op hun schoot, hun ogen twinkelen recht vooruit in grote opwinding van de rit. Misschien hebben ze nog nooit eerder in een auto gezeten. Ik wil zoveel vragen en vertellen, maar we komen niet ver, zij spreken drie woorden Engels en ik ken dezelfde drie woorden in de Damara taal. Na twintig minuten rechtuit rijden, gebaart een van hen me te stoppen. Ik begrijp niet meteen waar of waarom, maar minder vaart. Ze wijzen links van de weg naar een half onder het zand verscholen autoband, wat kennelijk hun oprijlaan aangeeft. Ik tuur naar links, maar zie in de verste verte helemaal niets dat op menselijke bewoning duidt. Zelfs niet op een mogelijkheid hiertoe. We lachen naar elkaar terwijl we elkaar gedag groeten in gebaren. De jongens beginnen te lopen naar God mag weten waarheen. Hun thuis. Ik probeer me voor te stellen hoe hun leefomgeving eruitziet, maar kom niet verder dan zand.

Waar was ik toen ik zo oud was als zij?

Webdesign by Oh My Lucky Stars!