Mik uit den Bogaard

Column 4

Column gepubliceerd in MS-info, 2006

Ingevuld

Een timmerman, bij mij over de vloer. Hij is een aardige, hardwerkende man, maar het lijkt erop dat hij zichzelf door de maatschappij heeft laten beïnvloeden met het idee dat de WAO een onrechtvaardige dumpput van Nederland is. Zeker als een mens nog kan lopen en lachen zoals ik. ‘Waarom werk jij niet?’. ‘Je kan toch wel een paar uur op een kantoor werken?’. ‘Ja, ík ben ook wel eens moe’. ‘En wel naar de kroeg, dat hou je wel vol?’. ‘Hoe laat was je thuis dan?’.

Ikzelf ben juist zo blij dat het redelijk goed gaat. Eerst merk ik dat ik me onbegrepen voel en in de verdediging schiet. Dan bedenk ik dat deze man niets weet, dus ik leg hem op een volwassen manier uit hoe het zit. Hij vraagt er ten slotte naar, al is de intentie van de vragen mij nog onduidelijk: uit interesse (luisterend) of als oordeel (pratend)? Ik realiseer me ook dat hij, net als menigeen die het niet zegt, in mij alleen een jonge stralende meid ziet. Men weet niet dat ik soms uren op bed lig. Ze zien me lopen, maar weten niet dat ik niet kan rennen. Ze zien me lachen, maar beseffen niet dat ik thuis ook huil. Ze zien me een kop thee vasthouden, maar weten niet dat mijn hand pijn doet.

Ik leer van mijn ontmoeting met de timmerman. Ik zeg nu niet meer stralend dat het goed gaat, omdat ik me nu eenmaal vaak blij voel in leuk gezelschap. Ik zeg nu: ‘Dankzij mijn dagelijkse management van mijn gezondheid, gaat het redelijk goed’. Dit is beter, het is eerlijk naar mezelf toe en vrienden willen ook oprecht weten hoe het met me gaat.

Maar de timmerman lijkt niet te willen luisteren, een paar dagen later vraagt hij weer waarom ik niet werk. Ik heb hem al eerder vertelt dat ik schrijf, maar dat ziet hij niet als serieuze bezigheid. Hmmm, de vragen die hij stelt, hoeven me niet te raken!? Ik hoef toch geen schaarse energie te verspillen aan bevestiging krijgen van iedereen. Dan zou ik expres mank gaan lopen om erkenning af te dwingen. Als iemand niet luistert, dan hoeft dat niet te geven, niet iedereen is mijn vriend.

Later vertel ik de timmerman dat ik een sterk (voor)oordeel in zijn vragen en opmerkingen voelde. Hij zei me dat hij altijd ‘kritische vragen’ stelt aan mensen. Zou ik hebben ingevuld dat hij van alles had ingevuld?

Mik uit den Bogaard

Webdesign by Oh My Lucky Stars!